Een ode aan de grondleggers van RHP

30 juni 2021

De afgelopen jaren zijn ons een drietal belangrijke oudgedienden van RHP ontvallen. Alledrie leverden zij een zeer grote bijdrage aan de oprichting en ontwikkeling van RHP. Een ode aan de grondleggers van RHP.

gewerkt met gewone grond, soms met een organische stofbron als toevoeging. Jan werd vanuit de praktijk de man achter veel initiatieven die de sector naar een hoger plan moesten tillen. Door zijn toekomstvisie en doortastende aanpak, lukte dit ook. Hij omarmde het initiatief om een regeling voor potgrondbedrijven op te richten, wat tot doel had kwalitatief goede substraten te produceren en hierop ook controle te laten uitvoeren. Jan leverde hier een grote bijdrage aan en wilde dit initiatief laten slagen. Door zijn inzet werd Jan zeer gewaardeerd door collega’s, mede omdat hij het algemene belang liet prevaleren. Jan had een zeer actieve inbreng bij de oprichting van de VPN en RHP. In beide organisaties vervulde hij ook bestuursfuncties.

later RHP-normen. Deze aanpak vormt nog altijd de basis van RHP. Hij combineerde zijn werk met de praktijk, waar hij graag kwam en daarmee het kantoorwerk in Wageningen af en toe kon ontvluchten. Potgrondbedrijven keken uit naar het jaarlijkse bezoek dat Hidding in zijn functie van voorzitter van de TC bracht. Hij werd gezien als autoriteit, maar had zelf weinig op met deze status. Zijn contacten op hoog niveau binnen de overheid zorgden ervoor dat de potgrondsector daar niet onbekend was. De potgrondsector werd in die kringen ook wel ‘de hobby van Hidding’ genoemd. Van 1980 tot 1992 bekleedde Hidding het voorzitterschap van de Working Group Substrates van de International Society for Horticultural Science. Hidding was daarnaast een begenadigd spreker en wist serieuze onderwerpen met zijn humor te vermengen tot prachtige voordrachten.

Gerrit Boertje

Gerrit Boertje begon zijn loopbaan in 1958 bij het Proefstation in Naaldwijk als onderzoeker. In 1961 werd Gerrit belast met het onderzoek naar opkweeksubstraten. Dit was in een periode dat de praktijk kennis ontbeerde en hierom vroeg. Gerrit voerde vele gewasproeven uit om grip te krijgen op, vooral, chemische aspecten. In de beginjaren was dit echt pionierswerk. Veel van de toen opgebouwde kennis vormt nog altijd een deel van de huidige basis. Jaren later kregen ook de fysische aspecten aandacht. Gerrit ontwikkelde zich als de veen- en potgronddeskundige en verwierf in binnen- en buitenland veel aanzien. Van zijn kennis werd gretig gebruik gemaakt in de Regeling HandelsPotgronden, die mede door het Proefstation Naaldwijk werd opgezet en de voorloper was van het huidige RHP.  In 1975 werd Gerrit belast met het secretariaat van de Technische Commissie van deze regeling.

In de periode van 1975 tot 1986 werd Gerrit met een collega verantwoordelijk voor de controle op de regeling. Hiervoor bezocht hij de potgrondbedrijven in Nederland met grote regelmaat, maar ook de grondstoflocaties in het buitenland. In 1987 werd Gerrit technisch directeur bij een Nederlands potgrondbedrijf. Naast zijn rol als TC-lid bekleedde Gerrit diverse andere bestuursfuncties in de sector. Gerrit was zeer serieus en een voorbeeld van een zeer integer persoon. Tot lang na zijn pensionering bleef Gerrit interesse houden in de sector. Hij wist de nieuwe ontwikkelingen goed te beoordelen en stelde altijd nog de juiste vragen.


Bronnen: Marco Zevenhoven en 'Kroniek van 50 jaar Potgrond'

Meer nieuws? 

toon alle items